Meertalig opvoeden

Wel of niet tweetalig opvoeden? Dat is een vraag die bij veel ouders speelt. Je wilt het graag goed doen en niet je kind overbelasten, zodat hij of zij helemaal gefrustreerd raakt.  Onze logopediste Jente Timmer beantwoord hieronder 2 veelgestelde vragen. 

1.       Ik ben zelf tweetalig opgevoed. Welke taal kan ik met mijn kind spreken?

 Voordat ik antwoord geef op deze vraag, wil ik een belangrijke succesfactor voor een meertalige opvoeding bespreken. Kinderen leren de taal op de juiste manier, wanneer ze die taal grammaticaal correct aangeboden krijgen. Ouders zouden daarom de taal met hun kind moeten spreken die zij zelf het beste beheersen. Als kinderen een goede basis aangeboden hebben gekregen in hun moedertaal, maakt dat het leren van een tweede of derde taal makkelijker. Bovendien weten ouders in hun beste taal de meeste woorden en de mooiste zinsconstructies onder woorden te brengen. Ouders kunnen met behulp daarvan hun gevoelens het makkelijkst verwoorden. Kinderen zijn er dus meer bij gebaat als ze in hun thuistaal een rijk taalaanbod krijgen, dan wanneer er gebrekkig Nederlands tegen ze wordt gesproken. En voor een ouder is het prettiger communiceren met hun kind!

Spreek je als ouder twee talen even goed, dan kun je zelf het beste aanvoelen of je één of beide talen wilt en kunt spreken met je kind. In dat geval zorg je ervoor dat de talen overzichtelijk worden aangeboden; bijvoorbeeld in de ene situatie -binnenshuis- Fries en in de andere situatie -buitenshuis- Nederlands. De talen worden zo verbonden aan een plek. Een andere manier is het spreken van een taal in een bepaalde situatie. Tijdens het avondeten Fries, op weg naar school Nederlands, bij boekje voorlezen de talen dagelijks wisselen… Legio mogelijkheden.


2.      Moet mijn kind eerst de eerste taal goed kunnen spreken, vóór het een tweede krijgt aangeboden?

Nee dat hoeft niet. Kinderen die met twee of drie talen tegelijk worden opgevoed kunnen  net zo goed meertalig worden als kinderen die twee talen na elkaar krijgen aangeboden. Het kan zijn dat een kind dat twee of drie talen tegelijk aangeboden krijgt éérst een wat kleinere woordenschat heeft in 1 taal, in vergelijking met zijn eentalige vriendje. Maar hij haalt deze ‘achterstand’ in. En beide talen samengenomen blijkt de woordenschat ineens al heel groot!

Als een kind 2 talen na elkaar leert kan hij zich wel meteen goed uiten in de eerste taal, maar heeft het in eerste instantie meer tijd nodig zich de tweede taal eigen te maken. Dat is niet erg, want kinderen leren over het algemeen met gemak een nieuwe taal. 

Je kunt de overstap naar een anderstalige voor- of basisschool vast een beetje voorbereiden. Bijvoorbeeld door thuis liedjes/filmpjes in die taal te laten horen, of (als je de taal zelf goed spreekt) zo nu en dan een boek in die taal voor te lezen. Met een basiswoordenschat in de tweede taal voelen kinderen zich zekerder en maken ze gemakkelijker contact met klasgenootjes. Daarnaast begrijpen ze sneller wat in de klas wordt besproken, waardoor hun interesse voor taal groeit en hun woordenschat nog sneller toeneemt. En hiermee groeit weer het plezier om naar school te gaan!


Geschreven door Jente Timmer