Zijn tweetalige kinderen langzamer in taalontwikkeling?

Kinderen die van begin af aan twee talen ontwikkelen, behalen over het algemeen net zo snel hun mijlpalen in taal (brabbelen, eerste woordjes, tweewoorduitingen) als eentalige kinderen. Tweetaligen kunnen wat moeite hebben met het vinden van de juiste woorden, omdat ze per situatie moeten aanvoelen uit welke woordenschat ze een woord moeten ‘vissen’. Dat duurt even. Hoe langer een kind tweetalig is, des te makkelijker dat vissen zal gaan.

Naast het vinden van woorden kunnen kinderen er langer over doen om onregelmatige vervoegingen (bijv. ‘ik at’ ipv ‘ik eette’) te onthouden en goed te gebruiken. Ze krijgen die onregelmatige woorden nu eenmaal minder vaak als voorbeeld aangeboden in hun omgeving.

Een groot voordeel van tweetalige kinderen ten opzichte van eentaligen is dat zij gemakkelijker relevante informatie uit een opdracht of verhaal lijken te pikken. Ze zijn door hun tweetaligheid gewend om per situatie continu een taal te onderdrukken of juist naar voren te halen. Op die manier negeren ze ook woorden of zinnen die misschien minder van belang zijn.

Kinderen die de eerste jaren taal A hebben ontwikkeld en op latere leeftijd taal B, hebben in eerste instantie natuurlijk een achterstand in taal B ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes. Die achterstand halen ze echter snel weer in, veel sneller dan volwassenen die een tweede taal leren!

Meertalig opgroeien blijft succesvol als kinderen al die talen veel en kwalitatief goed te horen krijgen. En als ze de talen actief – niet alleen door te luisteren – kunnen oefenen. Lekker veel kletsen dus!

Zie ook: www.taalcanon.nl -> Elma Blom 

Geschreven door Jente Timmer van Meertaalpraktijk